Minke Booij over bevlogenheid: “Niet loslaten als het even tegenzit!”

Bevlogenheid is dat je iets doet met alles wat je in je hebt. En niet los te laten als het even tegenzit!

Minke Booij (1977) is een voormalige Nederlandse hockeyspeelster. Ze speelde in totaal 227 interlands voor de Nederlandse vrouwenploeg. Met haar club Hockeyclub ‘s-Hertogenbosch won ze elf landstitels op rij in de Nederlandse hoofdklasse, waarvan de eerste in het voorjaar van 1998 en de laatste in 2008. Ze vele internationale titels, waaronder het Europees, Wereld- en Olympisch Kampioenschap. Na haar hockey carrière werd ze manager vrouwenvoetbal bij de KNVB. Deze rol verruilt ze binnenkort om directeur te worden voor Stichting Spieren voor Spieren.

Ik laat me niet remmen!

‘Bevlogenheid betekent voor mij dat je iets vol passie doet en ergens in gelooft. Je ergens voor inzetten en dat doen met alles wat je in je hebt. En niet loslaten als het even tegenzit.

Wat ik in voetbal echt vaak meemaak is dat het voor sommigen om randvoorwaarden draait, maar daar gaat het helemaal niet om! Het gaat om intrinsieke motivatie, gedrevenheid. Jij wilt iets bereiken en daar ga je heel ver voor. Dat deed ik zo in de sport en ook nu in mijn werk. En ik laat me niet remmen door wat anderen vinden, of omdat er geen geld is. Als we er samen de schouders onderzetten met mij als aanjager op zo’n moment, dan gaan we ervoor! En dan zie je achteraf wel of het gelukt is, of wat het resultaat wordt. Daarvan hoeft het ook niet afhankelijk van te zijn. Het gaat om de weg ernaartoe. Dat je er alles aan gedaan hebt.’

Onderdeel van het grotere geheel

‘Bevlogenheid op de werkvloer krijg je volgens mij door mensen ergens bij te betrekken en uit te leggen waarom je de dingen doet, zoals je ze doet. Door gezamenlijke doelen te stellen en mensen verantwoordelijkheden te geven. Voor de een is die verantwoordelijkheid natuurlijk groter dan voor de ander, maar iedereen doet ertoe. Als je bijvoorbeeld voor HEMA werkt is het niet alleen de manager die zich verantwoordelijk voelt voor het uitdragen van de visie van de HEMA, maar ook die dame bij de kassa en diegene die de schappen aan het vullen is. Die zijn net zo belangrijk. Het idee: ik draag ook bij, hoe klein ook, ik ben onderdeel van het grotere geheel, wakkert intrinsieke motivatie aan. Dan heeft het namelijk zin wat je doet en dat gevoel, die zingeving, daar hebben mensen behoefte aan. Dus niet alleen van negen tot vijf op kantoor zitten en je loonstrook in ontvangst nemen.

De mensen die bijdragen aan dit grotere geheel moeten daar natuurlijk de erkenning voor krijgen. Het is soms gemakkelijk om de diegenen die een niet direct zichtbare bijdrage leveren, te vergeten. In een team is degene die het doelpunt maakt zichtbaar. Maar die heeft het natuurlijk ook niet alleen gedaan! Het is goed om als coach, manager, teamleider of collega onderling voor iedereen dankbaarheid te tonen. Welke functie mensen ook hebben. Met elkaar zorg je ervoor dat je weer een stap verder bent.’

Ik geloof niet in functieprofielen

‘Ik ben er bij een sollicitatie geen voorstander van om functieomschrijvingen te maken en dan maar naar cv’s te gaan kijken. Al begrijp ik dat het een eerste selectie in sommige gevallen makkelijker maakt. Ik geloof er veel meer in om in je omgeving na te vragen. We hebben dit te doen, en wie past daarbij. Ken je iemand, heb je een paar namen? Het is vooral een gevoel. Ik geloof sterk in teams in plaats van in afdelingen. In een team heb je verschillende expertises en als je er eentje niet hebt, dan ga je ernaar op zoek. Teams functioneren goed door hun diversiteit. Stel je hebt een techneut nodig, zorg dan ook voor een vacature die hierop aansluit. Zodat er echt een ander type op afkomt, dan wat je al had. Ik vind dat we te vaak denken uit functieprofielen.

Verder zie ik in veel bedrijven dat bijvoorbeeld alle communicatie-experts, of marketingmensen als afdeling bij elkaar zitten, terwijl er in ieder team een communicatie- expert nodig is! Hoe kan dat nou? Ik ben hier de manager van vrouwenvoetbal en dan is er een marketingafdeling die zich bezighoudt met de campagne voor vrouwenvoetbal en ik word daar niet bij betrokken! Dat is dus nu niet meer zo. Die verticale bedrijfsvoering, met eigen afdelingsplannen en eigen doelstellingen en targets die alleen voor een bepaalde afdeling gelden en niet voor de hele lijn, daar geloof ik niet in. Bij de KNVB heb ik die verticale bedrijfsvoering zeker aangetroffen. Als ik in de zomer afzwaai heb ik wel wat veranderingen ingezet.’

Mensen op vastgeroeste posities

‘Als ik merk dat mijn passie of gedrevenheid afneemt, omdat ik een beetje desinteresse begin te vertonen dan neemt mijn productiviteit af. Dat is voor mij meteen het sein, hier moet ik mee stoppen. Omdat ik van mezelf weet dat het me veel negatieve energie zal brengen. Ik zie het wel om me heen, dat mensen op hun plek blijven zitten, uit angst voor het geld of het verliezen van status. Ik kan er hier bij de KNVB wel een aantal aanwijzen die er op deze manier instaan. Dat is zó zonde. Het is niet alleen jouw eigen productiviteit die afneemt, je straalt het ook nog eens uit naar anderen. Naar collega’s om je heen. Ik zie jonge mensen die echt goed zijn gefrustreerd raken door anderen. Dat is voor veel bedrijven funest. Er zitten te veel mensen op vastgeroeste posities.

Het is goed om voor deze mensen op zoek te gaan naar een rol die wel bij hen past. Als je ziet dat iemand vastloopt, is het natuurlijk eigenlijk al te laat. Als werkgever en werknemer moet je eerlijk en open naar elkaar zijn. Probeer mensen niet snoeihard af te rekenen, maar mensen te stimuleren een ander pad te gaan bewandelen.’

Niet iedereen hoeft minister-president te willen worden!

‘Door in teams te werken blijft de bevlogenheid. Dan is het divers, omdat je op thema of project werkt. In teams kan je eens schuiven of erachter komen: Hij is beter in dit, zij is beter in dat. Zolang we in de verticale structuur blijven met hiërarchie en positie voelen mensen het ook echt als een stap naar beneden als ze opeens iets ondersteunend moeten doen.

Het hoeft niet altijd hetzelfde te blijven in een bedrijf. Organisaties moeten daar minder star in zijn.
Vaak richten we een organisatie in als een vaststaand iets. Daar moet veel meer beweging in zijn. Hoe wil iemand groeien? Wat is iemands uitdaging?

Ik geloof wel een beetje dat je krijgt wat je verdient, als je harder werkt, als je meer risico durft te nemen, krijg je meer. En dat mag. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen, als je wegens bijvoorbeeld gezondheidsredenen niet kan werken, is het een ander verhaal. Daarom ben ik best voor een basisinkomen, wat mensen rust geeft.

Ik zelf heb altijd een vast dienstverband gehad, maar zo ga ik er niet mee om. Ik doe wat ik kan en leuk vind, maar op het moment dat ik voel dat ik het niet meer kan, stop ik ermee. Die vrijheid voel ik ook. Als het bevlogen gevoel er niet meer is, kijk ik verder. Dan werkt het ook niet voor het bedrijf, voor je omgeving of voor jezelf. Dat ik nou vrij hoge doelen en ambities heb, en overtuigd ben van mijn eigen kunnen, dat heeft niet iedereen. En dat hoeft ook niet. Niet iedereen hoeft minister president te willen worden. Je kunt het verschil al maken door zelf blij te zijn, dat straal je namelijk uit maar de mensen om je heen. Als je lacht naar iemand op straat, moet je zien wat een impact dat heeft. Als je leuke kinderen op de wereld zet die vrij en vrolijk en vol zelfvertrouwen in het leven staan, dan draag je al heel wat bij. Als iedereen dat doet zijn we met elkaar al heel goed af!’

 

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

  • Name *
  • Website